Natuurlijk zijn we bang voor de toekomst. Klimaatcrisis, oorlog, polarisatie en een wankele rechtsstaat maken die angst reëel. De vraag is wat we met die angst doen.
Ik fiets ’s avonds door een straat waar de lantaarnpalen net ver genoeg uit elkaar staan om te twijfelen. Mijn ogen gaan langs de stoep, langs de struiken. Zal er een griezel achter vandaan springen? Als ik thuiskom, open ik mijn telefoon en zie ik beelden uit Gaza. Dan statistieken over mijn tentamens. Dan een bericht over weer nieuwe bezuinigingen. De angst die ik voelde op die fiets en de angst die ik voel achter mijn scherm zijn inmiddels diffuus geworden. Hij zit overal tegelijk.
Ik ben niet de enige. Uit het kwartaalonderzoek van het RIVM blijkt dat in de zomer van 2025 bijna zes op de tien Nederlandse jongeren zich zorgen maakten over de gevolgen van oorlog, en bijna de helft over de wereldpolitiek. We zijn een generatie die opgroeide met de smartphone in de hand en de klimaatcrisis op de achtergrond, en die nu ook nog eens oorlog, polarisatie en een wankele rechtsstaat erbij krijgt. De angst is reëel. De vraag is wat we ermee doen.
Cynisme
Want hier gaat iets mis. Niet in de angst zelf, die is begrijpelijk, soms zelfs noodzakelijk, maar in de conclusie die we er te vaak uit trekken. Als de wereld te groot is om te begrijpen, als het nieuws te zwaar is om te dragen en als elk handelen zinloos lijkt, glijden we af naar cynisme. ‘Het maakt toch niet uit wat ik doe.’ We scrollen langs beelden van geweld en besluiten: dit is te groot en kan ik niet oplossen. We haken af. Cynisme voelt als nuchterheid en realisme, maar eigenlijk is het capitulatie in vermomming. Want wie cynisch is, hoeft zich nergens meer verantwoordelijk voor te voelen.
Dat is precies wat het zo aantrekkelijk maakt. Maar juist daar schuilt het gevaar. Want we zijn allemaal deel van het verhaal, vaker wel dan niet ook deel van de oplossing. Cynisme haalt jou daar als handelende persoon uit de weg. Het verplaatst de verantwoordelijkheid naar een vage buitenwereld die het toch al niet snapt, en laat jou achter als toeschouwer van een brand die je zelf had kunnen helpen blussen.
De mensen die profiteren van onze afhankelijkheid rekenen op ons schouderophalen en onze overtuiging dat het toch geen zin heeft. Een cynische bevolking is een bestuurbaar probleem: ze demonstreert niet, ze stemt niet en ze spreekt zich niet uit. Ze scrolt alleen maar. Eerder schreef ik al over ‘cringe’ als rem op inhoudelijke gesprekken — cynisme is de volgende stap in datzelfde afhaken.
Uitputting
Dit is geen verwijt aan mensen die uitgeput zijn. Uitputting is begrijpelijk als je dagelijks wordt overspoeld door slecht nieuws zonder handelingsperspectief. Maar de oplossing ligt niet in afhaken, die ligt in hoe we omgaan met de angst die eraan voorafgaat. Angst geeft je informatie. Hij vertelt je wat je belangrijk vindt, waar je om geeft en wat je niet wilt verliezen. Mensen die bang zijn voor de toestand van de wereld, zijn dat omdat ze de wereld iets waard vinden. Dat vind ik een geruststellende gedachte.
In mijn notitieboek over hoop en cynisme schreef ik eerder al over hoe diezelfde spanning tussen wanhoop en handelen mij bezighoudt. In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, schreef Dirk Witte het liedje Mensch, durf te leven. Over de weigering je neer te leggen bij wat de meerderheid voor lief neemt. Zijn lied is een herinnering dat angst van alle tijden is, en dat mensen er altijd al iets mee hebben moeten doen. Er is geen tijdperk geweest waarin zich afwenden de veilige keuze bleek.
Cynisme wint pas als iedereen tegelijk besluit dat het toch geen zin heeft. Die keuze hoeven we niet te maken. Spreek je uit als je iets ziet dat niet klopt. Lees een boek. Ga stemmen. Schrijf je in voor die infoavond over de gemeenteraad. Sluit je aan bij een vereniging of buurtbestuur. En bovenal: gebruik je angst om te bepalen waar je energie naartoe gaat.
Ik ben bang. Bang voor de griezel achter de struiken, bang voor de richting van de wereld, bang dat het toch niet genoeg is wat ik doe. Maar die angst vertelt me ook wat ik belangrijk vind. En dat is een reden om door te gaan, niet om af te haken.
Dit stuk verscheen op 2 mei 2026 in De Volkskrant.
Geef een reactie