Er is een tegengif voor een samenleving vol spanning en prestatiedruk: verenigingen en clubs waar we laagdrempelig sociaal contact kunnen hebben, zonder resultaten te moeten boeken of te moeten consumeren. Maar die plekken bestaan alleen als we in ze investeren.
Buurthuizen sluiten, sportverenigingen verliezen vrijwilligers en kerken worden steeds minder bezocht. Het Nationaal Verenigingsonderzoek van 2024 meldt dat 69 procent van de lokale verenigingen, 33 procent van de kerken en goede doelen en 45 procent van de sportverenigingen zegt dat hun voortbestaan in gevaar is, vanwege een gebrek aan actieve deelnemers. En ook bezuinigingen nekken buurthuizen, een trend waarover al sinds 2013 aan de bel wordt getrokken.
Dit is een kwalijke ontwikkeling, want juist deze plekken vormen het sociale cement van onze samenleving. Hier houden we een oogje in het zeil bij elkaar, signaleren we problemen zonder prestatiedruk en bouwen we aan een gemeenschap waar iedereen zich welkom voelt. In een tijd waarin prestatiedruk en individualisering toenemen, is het cruciaal om te investeren in deze ‘derde plaatsen’: plekken waar we elkaar ontmoeten zonder de verplichtingen van werk of thuis.
Over de auteur
Maud Stamsnijder is student bestuurskunde.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg introduceerde de term ‘derde plaats’ voor die plekken buiten werk en thuis waar mensen samenkomen, zoals buurtcafés, sportclubs en bibliotheken. In een samenleving waarin steeds meer online gebeurt en waar prestatie en succes centraal staan, worden deze fysieke ontmoetingsplekken steeds belangrijker. Hier draait het niet om moeten, maar om mogen. Het zijn veilige havens waar sociale controle en zorg voor elkaar haast vanzelfsprekend zijn.
Yuppenbar
Toch verdwijnen juist deze plekken in hoog tempo. Waar ooit buurtcentra en laagdrempelige koffiezaakjes waren, verschijnen nu hippe yuppenbarren waar samenkomen gepaard gaat met een dure bestelling of een vijfeurobier. De vanzelfsprekendheid van samenkomen zonder (veel) geld uit te geven verdwijnt, en daarmee ook de toegankelijkheid van sociale ontmoetingsplekken.
Het idee dat je pas ergens aanwezig mag zijn als je iets koopt, sluit mensen buiten. Verenigingen en buurthuizen zijn juist plekken waar iedereen, ongeacht achtergrond of financiële situatie, welkom is. Ze bieden de mogelijkheid om even uit de prestatiedruk van de samenleving te stappen en gewoon deel uit te maken van een gemeenschap.
Een sportvereniging is niet alleen een plek waar mensen samen sporten, maar ook een vangnet. Als een lid de contributie niet kan betalen, kan de vereniging meedenken over een oplossing en, als dat nodig is, doorverwijzen naar de juiste instanties. In een buurthuis kunnen ouderen een luisterend oor vinden, en jongeren kunnen er hun talenten ontwikkelen zonder de druk van sociale media. Dit zijn de plekken waar we de mens achter de prestaties zien en elkaar ondersteunen, om erger te voorkomen.
Uit de Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik blijkt dat 44 procent van de studenten prestatiedruk ervaart. Bij jongere generaties is het beeld ook alarmerend: een derde van de jongeren tussen 12 en 16 jaar voelt druk om aan verwachtingen te voldoen. De oorzaken hiervan zijn complex: sociale media, hoge verwachtingen van henzelf en anderen, een gebrek aan controle over hun toekomst, financiële onzekerheid en een prestatiegerichte maatschappij. We leven in een tijd waarin alles meetbaar lijkt, zelfs ons sociale leven. Maar wat als we niet constant hoeven te scoren? Wat als we gewoon mogen zijn?
Gemeenschappen versterken
Het verdwijnen van verenigingen en buurthuizen draagt bij aan deze druk. Zonder deze plekken verliezen we laagdrempelige sociale structuren waarin we mogen zijn zonder beoordeeld te worden. Verenigingen bieden een natuurlijke manier om problemen te signaleren zonder dat er een stigma op rust. Een gesprek in de kantine kan een eerste stap zijn naar hulp. Het zijn juist deze ongedwongen contacten die essentieel zijn voor mentaal welzijn.
De trend van sluitende verenigingen en buurthuizen moet worden gekeerd. Overheden en gemeentes moeten gaan investeren in sociale structuren die de gemeenschap versterken. Verenigingen moeten worden ondersteund, en niet alleen financieel, maar ook door beleidsmatig ruimte te bieden voor initiatieven die sociale verbondenheid bevorderen.
Maar de oplossing ligt niet alleen bij de overheid. Wij als samenleving moeten het belang van verenigingen erkennen en ondersteunen. Dit betekent lid worden van een vereniging, vrijwilligerswerk doen of simpelweg vaker die ‘derde plaats’ opzoeken. We moeten energie steken in de plekken waar we naar elkaar omkijken en steun kunnen vinden wanneer dat nodig is. Uiteindelijk gaat het niet om wat we presteren, maar om de relaties die we opbouwen en onderhouden.
Oorspronkelijk verschenen in de Volkskrant, 10 april 2025
Lees ook: Prestatiedruk is geen individueel falen, het is een systeem dat jongeren in de tang houdt en De maatschappelijke diensttijd is te waardevol om zomaar te schrappen.

Geef een reactie